Nieuws

Nederland fiscaal aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven

Geplaatst op 4 februari door C.J.F. van Megen

 

Van de onderzochte Europese landen kent Nederland de laagste fiscale bedrijfskosten. Nederland komt in het onderzoek naar voren als de meest gunstige Europese vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven die rele economische activiteiten willen opstarten, zoals productie, dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling. Van de onderzochte landen zijn Japan en Frankrijk het minst aantrekkelijk om een nieuwe vestiging te starten. 

Het fiscale onderzoek vergelijkt voor de genoemde landen de fiscale kosten bij de locatiekeuze van buitenlandse bedrijven. “Het interessante aan dit onderzoek is dat niet alleen de vennootschapsbelasting, maar ook overige belastingen, zoals gemeentelijke heffingen en de fiscale loonkosten betrokken zijn”, zegt Vinod Kalloe van KPMG Meijburg & Co. Kalloe: “Hiermee omvat het onderzoek dus het totale pakket aan belastingen waarmee een buitenlandse investeerder te maken krijgt. Voor het onderzoek is een onderscheid gemaakt tussen verschillende bedrijfstakken, zolas productie, dienstverlening en onderzoek & ontwikkeling.”  

Het is volgens Kalloe opvallend dat Nederland zeer hoog scoort op het onderdeel onderzoek & ontwikkeling. Kalloe: “Dit komt door de effecten van de fiscale stimuleringsregeling waarmee de Nederlandse overheid een deel van de loonkosten voor zogenoemd speur- en ontwikkelingswerk (S&O-) compenseert. Tussen de Europese landen is een toenemende fiscale concurrentie te zien bij het aantrekken van deze S&O-activiteiten.  

Naast de loonkostenfaciliteit kent Nederland ook een per 1 januari 2010 verruimde innovatiebox in de vennootschapsbelasting. Deze innovatiebox biedt een effectief tarief van 5% (in plaats van 25,5%) voor inkomsten die toerekenbaar zijn aan kwalificerende knowhow (immaterile activa). Deze combinatie van faciliteiten voor S&O-loonkosten en de innovatiebox maakt Nederland op het terrein van onderzoek en ontwikkeling zeer concurrerend. Niet alleen binnen Europa, maar ook daarbuiten.” Bron: KPMG